Rentes verschillen per aanbieder, maar ook per leenbedrag. Zo is de rente op een groot leenbedrag doorgaans lager dan de rente op een klein leenbedrag. Je kunt dus beter één grote lening hebben dan meerdere kleine kredieten.
Rente is vast of variabel. Een persoonlijke lening heeft een vaste rente: dat tarief verandert niet gedurende de looptijd. Een doorlopend krediet heeft een variabele rente. Dat tarief kan dus stijgen of dalen. Je maandtermijn blijft dan gelijk, maar bij een hogere rente wordt je looptijd langer en stijgen de totale kosten. En bij een lagere rente wordt de looptijd korter en dalen je totale kosten.
Zowel bij een persoonlijke lening als een doorlopend krediet betaal je een vast maandbedrag. Dat maandbedrag bestaat uit twee delen. Een aflossingsdeel, waarmee je stap voor stap de lening afbetaalt en een rentedeel, het bedrag dat je aan rente betaalt. De hoogte van het maandbedrag hangt af van:
- Het geleende bedrag. Hoe lager het leenbedrag, hoe lager je maandbedrag.
- De rente. Hoe lager de rente, hoe lager je maandbedrag.
- De looptijd. Hoe langer de looptijd (persoonlijke lening tussen 12 en 180 maanden), hoe lager je maandbedrag. Overigens kun je zowel bij een doorlopend krediet als bij een persoonlijke lening de looptijd verkorten. Dat doe je door tussentijds extra bedragen af te lossen. Dat is boetevrij.